Betekenis van:
creditcard
creditcard (de ~ | meervoud creditcards)
Zelfstandig naamwoord
- kredietpas
"met een creditcard betalen"
"een creditcard met pincode"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Tom heeft geen creditcard.
- Hij betaalde met een creditcard.
- Kan ik via creditcard betalen?
- Kan ik met een creditcard betalen?
- De politie is er heel goed in om te begrijpen dat iemand mijn creditcard gestolen heeft en een heleboel geld heeft opgenomen. Het is veel moeilijker om ze bij te brengen dat "iemand mijn magische zwaard gestolen heeft".
- 83 Creditcard
- gebruik van een netwerk van gelduitgifteautomaten (bv. ATM’s) in zelfbedieningsruimten om betalingsopdrachten te ontvangen en/of een netwerk voor betalingsopdrachten per creditcard van particuliere klanten/personen (facultatief);
- De lijsten worden aan het einde van elke maand bijgewerkt nadat de betalingen zijn ontvangen overeenkomstig de betalingstermijn van elke klant. In dit verband wordt ervan uitgegaan dat de betrokken klanten hebben betaald. c) Betalingswijze: creditcard.