Betekenis van:
ecg

ecg (het ~ | meervoud ecg's)
Zelfstandig naamwoord
  • hartfilmpje; elektrocardiogram
"een ecg maken"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Hartfuncties/inspannings-ECG: …
  2. ECG (in rust): …
  3. observatie via ecg met niet-invasieve technieken met minimale of geen beperkingen voor daaraan gewende dieren;
  4. De toelatingskeuringen en periodieke medische keuringen van treinbestuurders van 40 jaar en ouder moeten eveneens een ECG in rusttoestand omvatten.