Betekenis van:
faam

faam
Zelfstandig naamwoord
  • roem.
"Die acteurs van tegenwoordig genieten van grote faam."
faam
Zelfstandig naamwoord
  • reputatie.
"Deze man schijnt te goeder naam en faam bekend te staan."
faam
Zelfstandig naamwoord
  • door anderen toegekende lof en eer

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Historische en actuele faam:
  2. De faam van „Lardo di Colonnata” behoeft geen verdere toelichting.
  3. waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven, en
  4. Met betrekking tot de faam van de rauwe zuurkool kan op basis van het productdossier en de aangevoerde bewijsstukken niet worden geconcludeerd dat er sprake is van een specifieke faam van de zuurkool die losstaat van de faam van zuurkool als bereid gerecht.
  5. Wat de faam van de benaming „Choucroute d’Alsace” betreft, hebben de in de registratieaanvraag vermelde bewijzen in hoofdzaak betrekking op bereide zuurkool.
  6. Thüringse worsten, die dus sinds mensenheugenis ook „Thüringer Leberwurst” omvatten, gaan in Duitsland en in het buitenland al meer dan 200 jaar prat op een uitstekende faam.
  7. De „Thüringer Rotwurst” ontleent haar faam aan de deskundigheid en ervaring van de Thüringse slagers en wordt bereid volgens recepten die van generatie op generatie overgeleverd worden.
  8. De „Thüringer Leberwurst” ontleent haar faam aan de deskundigheid en de ervaring van de Thüringse slagers en wordt bereid volgens recepten die van generatie op generatie overgeleverd werden.
  9. Zijn faam verspreidt zich snel tot in Parijs waar de chansonnier Francisque Bethol in 1879 de lof van deze kaas bezingt.
  10. bijzonderheden over de aan de geografische oorsprong toe te schrijven specifieke kwaliteit, faam of andere kenmerken van het landbouwproduct of het levensmiddel;
  11. Thüringse worsten, en dus ook „Thüringer Rotwurst”, gaan in Duitsland en in het buitenland al meer dan 200 jaar prat op een uitstekende faam.
  12. het verband bewijzen tussen een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het landbouwproduct of het levensmiddel en de geografische oorsprong in de zin van artikel 2, lid 1, onder b);
  13. In het licht van de jurisprudentie van het Hof van Justitie mogen dergelijke beperkingen alleen worden opgelegd als zij noodzakelijk en proportioneel zijn en de faam van de geografische aanduiding of de oorsprongsbenaming hoog kunnen houden.
  14. Causaal verband tussen het geografische gebied en de kwaliteit of de kenmerken van het product (voor een BOB) dan wel van een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk van het product (voor een BGA)
  15. In het geval van een geografische aanduiding wordt in het productdossier vermeld of dit dossier is gebaseerd op een bepaalde hoedanigheid, de faam of andere kenmerken die kan of kunnen worden toegeschreven aan de geografische oorsprong van het product.