Betekenis van:
fries

Fries (de ~ | meervoud Friezen)
Zelfstandig naamwoord
  • inwoner van Friesland
"een nuchtere Fries"

Hyperoniemen

Fries (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • Friese taal
"Fries spreken"

Hyperoniemen

fries
Zelfstandig naamwoord
  • verticaal vlak als rand onder het dak
fries
Zelfstandig naamwoord
  • verticaal vlak als rand onder het dak
Fries
Bijvoeglijk naamwoord
  • van Friesland
"Fries stamboekvee"
"een Friese klok"

Voorbeeldzinnen

  1. Bronnen: Digital Broadband content — the online computer and video game industry, OESO, DSTI/ICCP/IE(2004)13/FINAL (12 mei 2005); rapport van de heer Fries t.a.v. Francis Mer, minister van Economische Zaken, Financiën en Industrie, en t.a.v. Nicole Fontaine, gedelegeerd minister van Industrie.