Betekenis van:
gaarde
gaarde
Zelfstandig naamwoord
- omheinde ruimte, tuin. Heden ten dage voornamelijk in eigennamen en samenstellingen
"De kat wil uit den gaarde niet, en zij laat haar muizen niet.blz 120. Spreekwoordenboek der nederlandsche taal: of Verzameling van nederlandsche spreekwoorden en spreekwoordelijke uit drukkingen von vroegeren en lateren tijd"
gaarde
Zelfstandig naamwoord
- paradijs
"Over de gaarde wordt in de Koran gesproken in de zin van het paradijs dat aan Adam en zijn vrouw als woonplaats werd gegeven."
gaarde
Zelfstandig naamwoord
- /? bij een kaag: de kabels waarmee de spriet in de vaarrichting gehouden wordt
gaarde
Zelfstandig naamwoord
- /? de meestal gegalvaniseerde stalen draad met behulp waarvan riet op een dak strak gebonden wordt
gaarde
Zelfstandig naamwoord
- / taai, recht wilgenhout voor rijswerk
gaarde
Werkwoord
- verleden tijd enkelvoud van garen: verzamelen
"... door mijn vingers verglijden de kruimels, die 'k gaarde van 't godenfestijn in de hemelenzaal."
gaarde
Werkwoord
- verleden tijd enkelvoud van garen: gaar worden