Betekenis van:
geneticus
geneticus (de ~ | meervoud genetici)
Zelfstandig naamwoord
- deskundige ogv. de genetica
"hij is tewerkgesteld als geneticus bij het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid"
Hyperoniemen
geneticus
Zelfstandig naamwoord
- een wetenschapper op het gebied van de genetica
"Een klinisch geneticus is een arts die zich bezighoudt met erfelijke aandoeningen."