Betekenis van:
gezouten

gezouten
Bijvoeglijk naamwoord
  • gespierd of kras
"gezouten taal"
gezouten
Bijvoeglijk naamwoord
  • openlijk

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Gezouten
  2. Gezouten
  3. nat gezouten
  4. Gezouten, andere
  5. Ricotta, gezouten:
  6. Gezouten boter
  7. Gezouten, filets
  8. Kabeljauwfilets, gezouten
  9. gedroogd, gezouten
  10. Gezouten kabeljauw, geheel
  11. Gezouten, niet nader gespecificeerd
  12. gezouten en gedroogd
  13. Kuit, gezouten of gepekeld
  14. gezouten of gepekeld
  15. Gezouten vlees van pluimvee