Betekenis van:
gletsjer

gletsjer (de ~ | meervoud gletsjers)
Zelfstandig naamwoord
  • ijsmassa op een berg
"op de gletsjer skiën"
"een smeltende gletsjer"

Hyperoniemen

gletsjer
Zelfstandig naamwoord
  • een ijsmassa die gevormd wordt op land en dik en groot genoeg is om bergafwaarts te stromen
"Beneden aan de gletsjer was er een meer ontstaan."

Voorbeeldzinnen

  1. het gedeelte van het deelgebied dat ligt tussen de breedtecirkel van 60° 45′ noorderbreedte (Cape Desolation) en de breedtecirkel van 62° 30′ noorderbreedte (gletsjer van Paamiut);
  2. Dat gedeelte van het deelgebied dat tussen de parallel op 60o45′ noorderbreedte (Cape Desolation) en de parallel op 62o30′ noorderbreedte (gletsjer van Frederikshåb) ligt.
  3. Dat gedeelte van het deelgebied dat tussen de parallel op 62o30′ noorderbreedte (gletsjer van Frederikshåb) en de parallel op 64o15′ noorderbreedte (4 zeemijlen ten noorden van Godthåb) ligt.
  4. het gedeelte van het deelgebied dat ligt tussen de breedtecirkel van 62° 30′ noorderbreedte (gletsjer van Paamiut) en de breedtecirkel van 64° 15′ noorderbreedte (ongeveer 4 zeemijl ten noorden van Nuuk);