Betekenis van:
hazelaar

hazelaar (de ~ | meervoud hazelaars, hazelaren)
Zelfstandig naamwoord
  • heestersoort; bruin nootje v.d. hazelaar

Synoniemen

Hyperoniemen

hazelaar
Zelfstandig naamwoord
  • een heester waaraan hazelnoten groeien

Voorbeeldzinnen

  1. Corylus Avellana Extract is een extract van de bladeren van de hazelaar, Corylus avellana, Betulaceae
  2. Corylus Rostrata Extract is een extract van de bladeren van de hazelaar, Coryllus rostrata, Betulaceae
  3. Corylus Avellana Nut Oil is de olie die wordt gewonnen uit de noten van de hazelaar, Corylus avellana, Betulaceae
  4. Corylus Rostrata (Hazel) Nut Extract is een extract van de noten van de hazelaar, Corylus rostrata, Betulaceae
  5. Corylus Avellana (Hazel) Nut Extract is een extract van de noten van de hazelaar, Corylus avellana, Betulaceae
  6. Het bijzondere van de teelt is vooral het gebruik van een plaatselijk biotype van de hazelaar, waarvan de eigenschappen het best tot hun recht komen in de voor de betrokken productiegebieden in de regio Campania kenmerkende klimatologische omstandigheden.
  7. Ook zijn teeltvormen toegestaan waarbij de hazelaar „gevorkt” of als „haag” groeit, waarbij altijd rekening dient te worden gehouden met de kwaliteitskenmerken en nooit meer dan 1000 struiken per hectare mogen worden aangeplant.