Betekenis van:
juwelen
juweel (het ~ | meervoud juwelen)
Zelfstandig naamwoord
- edelsteen als sieraad
"een ring met juwelen"
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Je hebt een hoop juwelen gekocht.
- Een dief heeft ingebroken en is aan de haal gegaan met al mijn juwelen.
- Edelstenen voor juwelen
- Juwelen, horloges en aanverwante artikelen
- Edelstenen, edele metalen en hiermee vervaardigde juwelen
- Juwelen, zilverwerk, klokken, horloges en accessoires
- gegraveerde of geslepen delen van juwelen.
- III. BIJOUTERIEËN, JUWELEN, EDELSMIDSWERK EN ANDERE WERKEN
- III. BIJOUTERIEËN, JUWELEN, EDELSMIDSWERK EN ANDERE WERKEN
- gegraveerde of geslepen delen van juwelen.
- Bijouterieën/juwelen, delen daarvan, edele metalen (incl. bekleed/geplateerd)
- NACE 36.22: Bewerken van edelstenen en vervaardiging van juwelen en dergelijke artikelen, n.e.g.
- Als „bijouterieën en juwelen” in de zin van post 7113 worden aangemerkt:
- Bijouterieën en juwelen, alsmede delen daarvan, van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen
- Bewerken van edelstenen en vervaardiging van juwelen en dergelijke artikelen, n.e.g.