Betekenis van:
kaai

kaai
  • Een dam, berm of steiger, naar de zee toe gebouwd of langs de zijde van een haven, rivier of een ander bevaarbaar water voor het laden en lossen van vaartuigen op een gemakkelijke wijze.

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Voorraden aan boord van binnenkomende zeeschepen in de haven of aan de kaai
  2. „aanvoer”: de eerste overbrenging van de vangst zoals zij is gevangen of in verwerkte vorm, vanuit een vaartuig naar de kaai of een ander vaartuig in een haven of vrijhandelszone waar de vangst door een autoriteit van de havenstaat als aangevoerd wordt aangemerkt;