Betekenis van:
kajuit
kajuit
Zelfstandig naamwoord
- een gemeenschappelijke verblijfplaats op schepen
"De kajuit was voorzien van een kachel voor de koudere tijden."
Voorbeeldzinnen
- bronnen van alomverlichting van de kajuit;
- berging van bagage in de kajuit,
- het stouwen van voorwerpen in de kajuit;
- het stouwen van voorwerpen in de kajuit;
- in die ruimten van de kajuit waar zuurstof wordt verstrekt.
- Eisen met betrekking tot veiligheid in de kajuit.
- vliegen zonder druk in de kajuit of met verminderde kajuitdruk;
- vliegen zonder druk in de kajuit of met verminderde kajuitdruk;
- in die ruimten van de kajuit waar zuurstof wordt verstrekt.
- Eisen met betrekking tot veiligheid in de kajuit.
- andere in de kajuit aanwezige veiligheidsuitrusting of -systemen, voor zover van toepassing.
- de bij het optreden van turbulentie te nemen maatregelen, inclusief het beveiligen van de kajuit;
- voorbereiding van de kajuit voor de vlucht, de vereisten tijdens de vlucht en de voorbereiding voor de landing, met inbegrip van procedures voor het beveiligen van de kajuit en boordkeukens;
- voorbereiding van de kajuit voor de vlucht, de vereisten tijdens de vlucht en de voorbereiding voor de landing, met inbegrip van procedures voor het beveiligen van de kajuit en boordkeukens;
- „hutbagage” is de bagage die zich in de kajuit van de passagier bevindt, die in zijn bezit is of die hij onder zijn hoede of toezicht heeft.