Betekenis van:
kampeerder

kampeerder
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die, gewoonlijk tijdens de vakantie, in een tent bivakkeert
"Het noodweer heeft de kampeerders zwaar getroffen."
kampeerder (de ~ | meervoud kampeerders)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die kampeert

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. De leveringsprijs is de door de kampeerder betaalde gemiddelde vergoeding voor een overnachting, met inbegrip van alle kosteloze diensten.