Betekenis van:
kerselaar

kerselaar
Zelfstandig naamwoord
  • ''(België)'' het hout van een boom uit het geslacht ''Prunus''
kerselaar
Zelfstandig naamwoord
  • ''(België)'' een boom uit het geslacht ''Prunus''
kerselaar
Zelfstandig naamwoord
  • boom waaraan kersen groeien

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Ik zag een jonge men liggen op de bank onder de kerselaar in het park.