Betekenis van:
kleindochter

kleindochter (de ~ | meervoud kleindochters)
Zelfstandig naamwoord
  • vrouwelijk kleinkind

Hyperoniemen

kleindochter
Zelfstandig naamwoord
  • een dochter van iemands kind, een vrouwelijk kleinkind

Voorbeeldzinnen

  1. De Commissie benadrukt dat in een met de SNCM vergelijkbaar geval betreffende de onderneming Les Mines de Salsignes, een kleindochter van het BRGM (een staatsbedrijf met een industrieel-commercieel karakter), de handelskamer van het Hof van Cassatie BRGM en diens dochterondernemingen als feitelijk bestuurder tezamen met de andere bestuurders van Les Mines de Salsignes hoofdelijk heeft veroordeeld tot betaling van de gehele schuldenlast.