Betekenis van:
kleinzoon

kleinzoon (de ~ | meervoud kleinzonen)
Zelfstandig naamwoord
  • mannelijk kleinkind

Hyperoniemen

kleinzoon
Zelfstandig naamwoord
  • een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind

Voorbeeldzinnen

  1. Mijn kleinzoon is de zoon van mijn zoon.