Betekenis van:
knie
knie
Zelfstandig naamwoord
- een gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
knie
Zelfstandig naamwoord
- iets dat rechthoekig omgebogen is
Voorbeeldzinnen
- Tom heeft een zere knie.
- Wil je niet op mijn knie zitten?
- Ik speelde met de baby op mijn knie.
- Knie
- middelpunt knie
- vervombaar knie-element
- de knie bedekkend
- de enkel bedekkend, doch niet de knie
- „middelpunt van de knie”: het punt waar de knie werkelijk buigt;
- „middelpunt van de knie” van het been-botslichaam: het punt waar de knie werkelijk buigt;
- Bij elke test worden nieuwe plastisch vervormbare knie-elementen gebruikt.
- Bij elke test moeten nieuwe plastisch vervormbare knie-elementen worden gebruikt.
- De lengte van het femur en de tibia bedraagt respectievelijk 432 en 494 mm vanaf het middelpunt van de knie.
- Om deze redenen dienen volledige heup-, knie- en schouderprothesen te worden heringedeeld als medische hulpmiddelen van klasse III.
- betreffende de herindeling van heup-, knie- en schouderprothesen in het kader van Richtlijn 93/42/EEG van de Raad betreffende medische hulpmiddelen