Betekenis van:
kompas

kompas (het ~ | meervoud kompassen)
Zelfstandig naamwoord
  • instrument voor plaatsbepaling
"op het kompas [varen]"
"op iemands kompas zeilen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kompas
Zelfstandig naamwoord
  • instrument waarvan de naald het magnetische noorden aanwijst

Voorbeeldzinnen

  1. Kompas” OOD
  2. Kompas” OOD
  3. Een magnetisch kompas.
  4. Een magnetisch kompas.
  5. Magnetisch kompas voor hogesnelheidsvaartuigen
  6. Magnetisch kompas Reg.
  7. Magnetisch kompas voor hogesnelheidsvaartuigen Reg.
  8. Kompas voor reddings- en hulpverleningsboten Reg.