Betekenis van:
koningshuis
koningshuis (het ~ | meervoud koningshuizen)
Zelfstandig naamwoord
- geslacht v.e. vorst; regerende familie; directe familieleden v.d. koning(in)
"de leden van het koningshuis"
"het [Engelse] koningshuis"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- bossen en andere beboste gronden die aan het Koningshuis toebehoren;