Betekenis van:
leugen
leugen (de ~ | meervoud leugens)
Zelfstandig naamwoord
- iets dat niet waar is; het niet waar zijn
"al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel"
"niet in zijn eerste leugen gebleven zijn"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
leugen
Zelfstandig naamwoord
- een mededeling die niet waar is met de bedoeling om anderen te misleiden
"De jongen verzon snel een leugen om onder straf uit te komen."
Voorbeeldzinnen
- Dat was een leugen.
- Dit was een leugen.
- Vrome leugen
- Hij heeft nog nooit een leugen verteld.
- Hij vertelt een nieuwe leugen om de voorafgaande te verdoezelen.
- Hij zei dat hij de kamer niet binnen geweest was: dat is een leugen.
- Zij kan zonder blikken of blozen de meest schandalige leugen vertellen.