Betekenis van:
maatkleding

maatkleding (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • kleren op maat gemaakt

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Kleding (inclusief maatkleding) en schoeisel
  2. Kledingstoffen en bovenkleding voor mannen, vrouwen, tieners, kinderen (3-13 jaar) en zuigelingen (0-2 jaar), of het nu gaat om confectie- of om maatkleding, ongeacht het materiaal (inclusief leder, bont, kunststof en rubber), voor dagelijks gebruik of voor gebruik als sport- of werkkleding