Betekenis van:
makaak

makaak
Zelfstandig naamwoord
  • een aap behorende tot een geslacht (''Macaca'') van apen van de Oude Wereld die leven in Azië van India en Tibet oostwaarts tot Japan, Java, de Filipijnen en Celebes en één soort in Noordwest-Afrika (de berberaap, ''Macaca sylvanus'')
"We hebben makaken gezien in de dierentuin."