Betekenis van:
makreel

makreel (de ~ | meervoud makrelen)
Zelfstandig naamwoord
  • een straalvinnige (zee)vis uit de orde der baarsachtigen
"gerookte makreel"

Hyperoniemen

Hyponiemen

makreel
Zelfstandig naamwoord
  • ''Scomber scomber'', een vis, familie van de makreelachtigen zoals tonijn en boniet

Voorbeeldzinnen

  1. Haring, paling en makreel zijn de meest bekende vissoorten die worden gerookt.
  2. makreel,
  3. Makreel
  4. Makreel
  5. Makreel
  6. Soort makreel
  7. Eiproductie makreel
  8. Spaanse makreel
  9. Spaanse makreel
  10. Dichtheid heek, horsmakreel, makreel
  11. Makreel van de soort
  12. makreel, op voorwaarde dat
  13. Kabeljauwachtigen, haring, makreel
  14. makreel (Scomber spp.)
  15. Makreel (Scomber scombrus)