Betekenis van:
noch
noch
Voegwoord
- ''dit is '''noch''' vlees '''noch''' vis''
Voorbeeldzinnen
- Noch het ene, noch het andere.
- Ik rook noch drink.
- Hij schreef noch telefoneerde.
- Hij rookt noch drinkt.
- Noch roekeloos, noch vreesachtig
- Tom heeft geen broers, noch zussen.
- Dus heb ik noch vrienden, noch vijanden?
- Deze vogel leeft in Japan noch in China.
- Noch macht, noch rijkdom, maar slechts het gezag van de wetenschap blijft bestaan
- Je moet de laatste dag niet vrezen noch wensen
- Noch betaamt het (de dokter) het temperament van de zieke man te negeren
- Andorra (noch Spanje, noch Frankrijk)
- noch geconsolideerd, noch afgetrokken zijn;
- schip met noch laag, noch hoog risico
- Het schoeisel is noch waterbestendig noch waterdicht.