Betekenis van:
noodlot

noodlot (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • ongelukkige afloop
"het noodlot slaat toe"
"door het noodlot getroffen worden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

noodlot
Zelfstandig naamwoord
  • datgene wat het toeval iemand doet overkomen
"Het was blijkbaar zijn noodlot om in die maalstroom terecht te komen."