Betekenis van:
onderweg

onderweg
Bijwoord
  • ''onderweg zijn'': bezig zijn zich van plek A naar plek B te verplaatsen

Voorbeeldzinnen

  1. Hij zag het ongeval onderweg naar school.
  2. Ben je onderweg naar het station?
  3. De motor van de auto ging onderweg stuk.
  4. Wat betreft onze studenten, één is al naar Boekarest vertrokken en één is onderweg.
  5. Af en toe neemt hij een kijkje in deze boekhandel onderweg naar huis van kantoor.
  6. Trein onderweg.
  7. Trein onderweg.
  8. verwachting over trein onderweg,
  9. Nummer trein onderweg.
  10. Gegevens „Trein onderweg
  11. Bekend nummer trein onderweg.
  12. Bericht „Trein onderweg
  13. Verwachting over trein onderweg.
  14. Verwachting over trein onderweg
  15. Kennisgeving trein onderweg