Betekenis van:
onderweg
onderweg
Bijwoord
- ''onderweg zijn'': bezig zijn zich van plek A naar plek B te verplaatsen
Voorbeeldzinnen
- Hij zag het ongeval onderweg naar school.
- Ben je onderweg naar het station?
- De motor van de auto ging onderweg stuk.
- Wat betreft onze studenten, één is al naar Boekarest vertrokken en één is onderweg.
- Af en toe neemt hij een kijkje in deze boekhandel onderweg naar huis van kantoor.
- Trein onderweg.
- Trein onderweg.
- verwachting over trein onderweg,
- Nummer trein onderweg.
- Gegevens „Trein onderweg”
- Bekend nummer trein onderweg.
- Bericht „Trein onderweg”
- Verwachting over trein onderweg.
- Verwachting over trein onderweg
- Kennisgeving trein onderweg