Betekenis van:
opgezwollen

opgezwollen
Bijvoeglijk naamwoord
  • dik door zwelling; gezwollen
"een opgezwollen knie"
"een opgezwollen buik na het eten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Mijn oog is opgezwollen.