Betekenis van:
paarsgewijs

paarsgewijs
Bijvoeglijk naamwoord
  • bij paren, twee aan twee
"Zij moesten die paarsgewijze missie snel volbrengen."

Voorbeeldzinnen

  1. De verlichtingseenheden voor het grootlicht kunnen gelijktijdig of paarsgewijs worden geactiveerd.
  2. Bij onafhankelijke wielen (vrij op de as wentelende wielen) dienen deze paarsgewijs elektrisch te worden verbonden om aan bovenstaande eisen te voldoen.
  3. De sociale stress bij alle paarsgewijs of in groep gehuisveste individuen dient ten minste wekelijks te worden gecontroleerd aan de hand van een algemeen geaccepteerd stressscoresysteem op basis van fysiologische en/of gedragsparameters.
  4. Orthopedische artikelen en toestellen omvatten eveneens orthopedische schoenen en speciale binnenzolen, ontworpen om orthopedische aandoeningen te verhelpen, op voorwaarde dat zij 1) op maat zijn vervaardigd of 2) in serie zijn vervaardigd, per stuk en niet paarsgewijs worden aangeboden en zijn ontworpen om zowel aan de linkervoet als aan de rechtervoet te passen.