Betekenis van:
paraplu

paraplu (de ~ | meervoud paraplu's)
Zelfstandig naamwoord
  • gerei als bescherming tegen de regen
"aju paraplu"
"een opvouwbare paraplu"

Synoniemen

Hyperoniemen

paraplu
Zelfstandig naamwoord
  • een scherm waarover een waterdichte stof is gespannen om zich te beschermen tegen de regen
"Met zulke donkere wolken buiten zou ik maar een paraplu meenemen."

Voorbeeldzinnen

  1. Waar is mijn paraplu?
  2. Mag ik je paraplu lenen?
  3. Hij verliest steeds zijn paraplu.
  4. Ik zal deze paraplu nemen.
  5. Ik heb een paraplu gekocht.
  6. Hij heeft een paraplu nodig.
  7. Hij is alweer zijn paraplu kwijt.
  8. Tom weet niet waar zijn paraplu is.
  9. Mijn moeder kocht een gele paraplu voor mijn broer.
  10. Ik had bijna mijn paraplu in de trein laten liggen.
  11. Ik ben vergeten m'n paraplu mee te nemen.
  12. Mijn moeder kocht een gele paraplu voor mijn broer.
  13. Het kan zijn dat ze haar paraplu in de bus gelaten heeft.
  14. Vergeet geen paraplu mee te nemen voor het geval dat het regent.
  15. Ik snap niet waarom Tom zijn paraplu in de auto zou laten.