Betekenis van:
planning
planning (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- schema voor werk of gebeurtenissen
"volgens planning (verlopen)"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
planning
Zelfstandig naamwoord
- het opstellen van en werken volgens plannen
planning
Zelfstandig naamwoord
- uitgewerkt plan van de (deel)werkzaamheden die achtereenvolgens uitgevoerd moeten worden om een werk, project enz. op een bepaald tijdstip te hebben afgerond
Voorbeeldzinnen
- Ze leidde de planning van het project.
- planning
- planning = gepland
- Planning/kadaster (planningCadastre)
- vluchtprestaties en -planning;
- Planning van de verlenging
- planning van de inbedrijfstelling.
- Afdeling 1 — Planning
- Uitsplitsing naar planning [6]
- Planning op lange termijn
- Is de planning realistisch?
- Planning van stadsmilieuontwikkeling
- Advies over planning computerlocatie
- Planning van systeemimplementatie
- Planning en rapportage