Betekenis van:
planning

planning (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • schema voor werk of gebeurtenissen
"volgens planning (verlopen)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

planning
Zelfstandig naamwoord
  • het opstellen van en werken volgens plannen
planning
Zelfstandig naamwoord
  • uitgewerkt plan van de (deel)werkzaamheden die achtereenvolgens uitgevoerd moeten worden om een werk, project enz. op een bepaald tijdstip te hebben afgerond

Voorbeeldzinnen

  1. Ze leidde de planning van het project.
  2. planning
  3. planning = gepland
  4. Planning/kadaster (planningCadastre)
  5. vluchtprestaties en -planning;
  6. Planning van de verlenging
  7. planning van de inbedrijfstelling.
  8. Afdeling 1 — Planning
  9. Uitsplitsing naar planning [6]
  10. Planning op lange termijn
  11. Is de planning realistisch?
  12. Planning van stadsmilieuontwikkeling
  13. Advies over planning computerlocatie
  14. Planning van systeemimplementatie
  15. Planning en rapportage