Betekenis van:
plastic

plastic
Bijvoeglijk naamwoord
  • gemaakt van plastic
"een plastic tasje"
"een plastic zakje"

Synoniemen

plastic
Bijvoeglijk naamwoord
  • ''alleen attributief'': van plastic gemaakt
"Ze zit toch niet met een plastic lepeltje te eten?"
plastic
Zelfstandig naamwoord
  • oorspronkelijk: plastisch vervormbare polymere kunststof, in uitgebreidere zin op alle polymeren toegepast
"Die bloemen zijn nep, ze zijn van plastic ."
plastic (het ~ | meervoud plastics)
Zelfstandig naamwoord
  • kunststof

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Mary draagt een plastic jurk.
  2. Plastic doppen
  3. plastic onderdelen:
  4. Plastic handboeien (reserve)
  5. Beschrijving: Roze plastic kaartmodel.
  6. vast plastic afval:
  7. Stokken van plastic
  8. Beschrijving: Roze plastic kaartmodel.
  9. Beschrijving: Plastic kaartmodel.
  10. Producten van plastic
  11. „JINAN BAIHE PLASTIC CO., LTD”.
  12. Oppervlaktebehandeling van metalen en plastic
  13. in plaats van „Plastic surgery”
  14. Recipiënt in plastic verpakt MW
  15. twee plastic of metalen oormerken;