Betekenis van:
plastic
plastic
Bijvoeglijk naamwoord
- gemaakt van plastic
"een plastic tasje"
"een plastic zakje"
Synoniemen
plastic
Bijvoeglijk naamwoord
- ''alleen attributief'': van plastic gemaakt
"Ze zit toch niet met een plastic lepeltje te eten?"
plastic
Zelfstandig naamwoord
- oorspronkelijk: plastisch vervormbare polymere kunststof, in uitgebreidere zin op alle polymeren toegepast
"Die bloemen zijn nep, ze zijn van plastic ."
plastic (het ~ | meervoud plastics)
Zelfstandig naamwoord
- kunststof
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Mary draagt een plastic jurk.
- Plastic doppen
- plastic onderdelen:
- Plastic handboeien (reserve)
- Beschrijving: Roze plastic kaartmodel.
- vast plastic afval:
- Stokken van plastic
- Beschrijving: Roze plastic kaartmodel.
- Beschrijving: Plastic kaartmodel.
- Producten van plastic
- „JINAN BAIHE PLASTIC CO., LTD”.
- Oppervlaktebehandeling van metalen en plastic
- in plaats van „Plastic surgery”
- Recipiënt in plastic verpakt MW
- twee plastic of metalen oormerken;