Betekenis van:
polshorloge
polshorloge
Zelfstandig naamwoord
- een uurwerk dat om de pols gedragen wordt
"Hij had net een nieuw polshorloge gekocht, daarom moest het bandje nog iets worden ingekort."
polshorloge (het ~ | meervoud polshorloges)
Zelfstandig naamwoord
- horloge voor om pols
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Dit polshorloge staat mij niet aan.
- Hij kreeg van de leraar een gouden polshorloge.