Betekenis van:
purperen

purperen
Bijvoeglijk naamwoord
  • ''alleen attributief'': de kleur purper hebbend
"De Romeinse keizers droegen purperen kleding als een teken van hun koningschap."
purperen
Bijvoeglijk naamwoord
  • paarsrood; donkerrood
"purperen lippen"
"purperen mantel"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Purperen kattenpootmossel