Betekenis van:
roekeloos

roekeloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • heel onbezonnen; niet verantwoordelijk
"roekeloos rijgedrag"
"roekeloos rijden"

Synoniemen

Hyperoniemen

roekeloos
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling
"Wees toch niet zo roekeloos!"

Voorbeeldzinnen

  1. Noch roekeloos, noch vreesachtig
  2. Dit is niet van toepassing wanneer de eigenaar of kapitein handelde met de bedoeling schade te veroorzaken of roekeloos handelde;
  3. tenzij de eigenaar of de kapitein handelde met de bedoeling om schade te veroorzaken, ofwel roekeloos handelde en in de wetenschap dat er waarschijnlijk schade zou ontstaan, of
  4. De exploitant neemt alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat niemand dusdanig roekeloos of onachtzaam handelt of nalaat te handelen: