Betekenis van:
rustdag

rustdag (de ~ | meervoud rustdagen)
Zelfstandig naamwoord
  • dag waarop men niet werkt
"zondag is een rustdag"
"een rustdag inlassen"

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. De in dit reglement van orde bedoelde termijn waarvan de einddatum op een officiële feest- of rustdag van een der partijen valt, wordt geacht op de volgende werkdag af te lopen.