Betekenis van:
samenloop

samenloop (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • vereniging van krachten, feiten, etc.
"een samenloop van omstandigheden"
"samenloop van [verzekeringen/uitkeringen]"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Prioriteitsregels bij samenloop
  2. Samenloop van schuldvorderingen
  3. Voorkoming van samenloop van prestaties
  4. Samenloop van beslissingen tot confiscatie
  5. Samenloop van prestaties bij langdurige zorg
  6. Bijzondere bepalingen inzake samenloop van prestaties van dezelfde aard
  7. Samenloop van uitkeringen die in de zin van lid 1 niet als uitkeringen van dezelfde aard kunnen worden aangemerkt, wordt beschouwd als samenloop van uitkeringen van verschillende aard.
  8. Samenloop van de hierboven vastgestelde uitkeringen met die vastgesteld in afdeling B is mogelijk.
  9. Samenloop van invaliditeits-, ouderdoms- en nabestaandenuitkeringen die worden berekend of toegekend op basis van tijdvakken van verzekering en/of wonen welke door eenzelfde persoon zijn vervuld, wordt beschouwd als samenloop van uitkeringen van dezelfde aard.
  10. Frankrijk licht toe dat de moeilijkheden van Alstom het gevolg zijn van een samenloop van meerdere factoren.
  11. Het stroomgebied van de Gélise, van de bronnen tot de dam stroomafwaarts van de samenloop van de Gélise en de Osse (departementen Landes en Lot-et-Garonne);
  12. Het stroomgebied van de Gélise van de bron tot de dam stroomafwaarts van de samenloop van de Gélise en de Osse (departementen Landes en Lot-et-Garonne)
  13. Het stroomgebied van de Gélise van de bronnen tot de dam stroomafwaarts van de samenloop van de Gélise en de Osse (departementen Landes en Lot-et-Garonne)
  14. Het bevoegde orgaan stelt de betrokkene in kennis van de bepaling van artikel 34 van de basisverordening, ter voorkoming van samenloop van prestaties.
  15. Het stroomgebied van de Gélise van de bron tot de dam stroomafwaarts van de samenloop van de Gélise en de Osse (departementen Landes en Lot-et-Garonne);