Betekenis van:
scheikunde

scheikunde
Zelfstandig naamwoord
  • de wetenschap die zich bezig houdt met de studie van de samenstelling en de bouw van de stoffen, de chemische veranderingen die plaats vinden onder bepaalde omstandigheden en de wetmatigheden die daaruit voort vloeien

Voorbeeldzinnen

  1. Ik haat scheikunde.
  2. Studeer je scheikunde?
  3. Scheikunde kan zeer ingewikkeld zijn.
  4. Scheikunde is een oude wetenschap.
  5. Scheikunde
  6. Analytische scheikunde
  7. Organische scheikunde
  8. In de scheikunde
  9. Biochemie (of fysiologische scheikunde)
  10. Algemene en anorganische scheikunde
  11. Farmaceutische scheikunde, met inbegrip van geneesmiddelenanalyse
  12. Natuurwetenschappen (inclusief natuurkunde, scheikunde en aardwetenschappen)
  13. voor het onderwijs in de fysica, de scheikunde of de techniek
  14. Overige informatie: de afdeling scheikunde van de Ashtar University of Defence Technology is verbonden aan het MODAFL en heeft experimenten met beryllium uitgevoerd.
  15. Ook door de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) en de Internationale Vereniging voor Theoretische en Toegepaste Scheikunde (IUPAC) zijn internationale normen opgesteld.