Betekenis van:
sla
sla (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- gewas van de soort Lactuca sativa
"een krop sla"
Hyperoniemen
sla (de ~ | meervoud sla's)
Zelfstandig naamwoord
- koud groentegerecht; koude groenten met een sausje; koud groentegerecht
"jonge sla"
"gemengde sla"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
sla
Zelfstandig naamwoord
- bladgroente, een krop sla of slakrop
sla
Zelfstandig naamwoord
- salade
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Sla alstublieft rechtsaf.
- Sla rechtsaf aan het kruispunt.
- Sla rechtsaf aan het kruispunt.
- Sla linksaf / Ga linksaf
- Sla rechtsaf / Ga rechtsaf
- Sla al uw vijanden tot pulp
- Sla hem zo, dat hij voelt dat hij sterft
- Als je het geel verft, sla je twee vliegen in één klap: én het valt goed op, én je bespaart geld omdat je verf kunt gebruiken die je al in huis hebt.
- Sla
- Sla
- Snijsla en „gem-sla”
- Specifieke bepalingen voor sla
- Snijsla en „Gem-sla”
- Sla en dergelijke
- sla, krulandijvie en andijvie,