Betekenis van:
stilstand

stilstand (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • bewegingloosheid
"tot stilstand komen"
"stilstand is achteruitgang"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Stilstand
  2. Stroomafname bij stilstand (gelijkstroomsystemen)
  3. Remmen tot stilstand; een noodstop is optioneel
  4. Stilstand, vervolgens acceleratie tot de opgelegde snelheid
  5. Halverwege wordt normaal geremd totdat het voertuig tot stilstand komt.
  6. De werkloosheidsgroei kwam in 2008 bijna tot stilstand en wordt in 2009 naar verwachting negatief.
  7. In een noodsituatie moet de parkeerrem tijdens stilstand met de hand kunnen worden gelost.
  8. „halterem”: een inrichting die ervoor zorgt dat het voertuig niet uit stilstand kan wegrijden;
  9. De bestuurder kan de interactie hervatten wanneer het voertuig volledig tot stilstand is gekomen.
  10. De doorbuiging van een onderstel dient bij stilstand niet meer te bedragen dan 3 ‰ draaikom afstand.
  11. de machine opnieuw in werking wordt gesteld na een stilstand, ongeacht de oorzaak daarvan;
  12. voor het opnieuw in werking stellen na stilstand, ongeacht de oorzaak daarvan;
  13. De sleepstukken moeten geschikt zijn voor de transmissie van door krachtvoertuigen bij stilstand afgenomen stroom.
  14. in wisselzones tijdens stilstand, tenzij de zandstrooiers in werking worden gesteld of beproefd worden
  15. Afstelling, onderhoud, reparatie en reiniging moeten kunnen plaatsvinden als de machine tot stilstand is gekomen.