Betekenis van:
stuip
stuip (de ~ | meervoud stuipen)
Zelfstandig naamwoord
- samentrekking v.d. spieren; aanval met spiersamentrekking
"een stuip krijgen (van schrik)"
"in een stuip liggen"
Synoniemen
Hyperoniemen
stuip
Zelfstandig naamwoord
- ''gewoonlijk meervoud:'' een abnormale (gesynchroniseerde) ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen