Betekenis van:
stuipen
stuip (de ~ | meervoud stuipen)
Zelfstandig naamwoord
- samentrekking v.d. spieren; aanval met spiersamentrekking
"een stuip krijgen (van schrik)"
"in een stuip liggen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Kinderen die aan (al dan niet met koorts gerelateerde) stuipen lijden.