Betekenis van:
stuipen

stuip (de ~ | meervoud stuipen)
Zelfstandig naamwoord
  • samentrekking v.d. spieren; aanval met spiersamentrekking
"een stuip krijgen (van schrik)"
"in een stuip liggen"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Kinderen die aan (al dan niet met koorts gerelateerde) stuipen lijden.