Betekenis van:
taalgrens
taalgrens (de ~ | meervoud taalgrenzen)
Zelfstandig naamwoord
- grens tussen taalgebieden
"door de taalgrens in België zijn veel Belgen tweetalig opgegroeid of tweetalig geworden"
Hyperoniemen
taalgrens
Zelfstandig naamwoord
- grens van een taalgebied