Betekenis van:
waakhond

waakhond (de ~ | meervoud waakhonden)
Zelfstandig naamwoord
  • hond die huis en erf bewaakt
"de waakhond blaft/gromt"

Hyperoniemen

Hyponiemen

waakhond
Zelfstandig naamwoord
  • een hond die het huis of een erf bewaakt
"Die waakhond schrikt de inbrekers altijd af."

Voorbeeldzinnen

  1. De Staat heeft zijn rol als „waakhond” dus niet vervuld en heeft France Télécom de mogelijkheid geboden haar schuld te vergroten tot een nooit geziene omvang.