Betekenis van:
wijl

wijl
Voegwoord
  • geeft onderschikkend een reden aan
"En zie, gij hebt haar gedaante gezien, en wijl zij om haar zoon treurde, zijt gij begonnen haar te troosten, en van deze dingen die gebeurd zijn, moest u dit geopenbaard worden."
wijl
Zelfstandig naamwoord
  • geeft onderschikkend een reden aan
"En zie, gij hebt haar gedaante gezien, en wijl zij om haar zoon treurde, zijt gij begonnen haar te troosten, en van deze dingen die gebeurd zijn, moest u dit geopenbaard worden."
wijl
Zelfstandig naamwoord
  • een poosje

Werkwoord