Betekenis van:
woensdag

woensdag (de ~ | meervoud woensdagen)
Zelfstandig naamwoord
  • derde dag v.d. werkweek
"vorige/volgende week woensdag"
"'s woensdags"

Hyperoniemen

woensdag
Zelfstandig naamwoord
  • een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
"Op woensdag hebben leerlingen slechts een halve dag school."
woensdag
Zelfstandig naamwoord
  • een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
"Op woensdag hebben leerlingen slechts een halve dag school."

Voorbeeldzinnen

  1. Komende woensdag is oké.
  2. Vandaag is het woensdag.
  3. Vandaag is het woensdag. Ik lees.
  4. woensdag
  5. De laatste woensdag van elke kalendermaand [28]
  6. maandag 8, dinsdag 9 en woensdag 10 augustus 2011
  7. Maandag 6, dinsdag 7 en woensdag 8 april 2009
  8. De termijn voor het indienen van biedingen voor de volgende deelinschrijvingen verstrijkt elke woensdag om 15.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).
  9. De lidstaten delen de Commissie elke woensdag uiterlijk om 12.00 uur (Brusselse tijd) de volgende gegevens langs elektronische weg mee:
  10. De termijn voor het indienen van biedingen voor volgende deelinschrijvingen elke woensdag om 15.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).
  11. De termijn voor het indienen van biedingen voor de volgende deelinschrijvingen verstrijkt elke woensdag om 15.00 uur (plaatselijke tijd Brussel).
  12. In verband met de eindejaarsperiode wordt de transactie van december normaliter één week vervroegd, dus tot de voorafgaande woensdag.
  13. elke woensdag uiterlijk om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), de stand van de interventievoorraden aan de hand van met name de volgende gegevens:
  14. De lidstaten delen overeenkomstig artikel 24 uiterlijk elke woensdag om 14.00 uur (Belgische tijd) de volgende naar product en eventueel productsoort uitgesplitste gegevens over de vorige week mee:
  15. De certificaataanvragen kunnen elke week op maandag, dinsdag en woensdag tot 13.00 uur worden ingediend bij de bevoegde instanties van de lidstaten.