Betekenis van:
zaagvis

zaagvis (de ~ | meervoud zaagvissen)
Zelfstandig naamwoord
  • haaiachtige rog
"een school zaagvissen"

Hyperoniemen

zaagvis
Zelfstandig naamwoord
  • een haaiachtige vis met aan de kop een zaagvormig uitsteeksel
"Die man ging in een meer met zaagvissen zwemmen, wat uiteraard erg gevaarlijk was."