Vertaling van wanted
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik wilde
jij wilde
hij/zij/het wilde
» meer vervoegingen van willen
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik verlangde
jij verlangde
hij/zij/het verlangde
» meer vervoegingen van verlangen
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik hoefde
jij hoefde
hij/zij/het hoefde
» meer vervoegingen van hoeven
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik wilde
jij wilde
hij/zij/het wilde
» meer vervoegingen van willen
benodigd
azen
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik spinsde
jij spinsde
hij/zij/het spinsde
» meer vervoegingen van spinzen
behoeven
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik hoefde
jij hoefde
hij/zij/het hoefde
» meer vervoegingen van hoeven
ontberen
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik derfde
jij derfde
hij/zij/het derfde
» meer vervoegingen van derven
moeten
motten
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik wilde
jij wilde
hij/zij/het wilde
» meer vervoegingen van willen
verlegen
benodigd
onthand
mankeren
schelen
I wanted
you wanted
he/she/it wanted
ik mankeerde
jij mankeerde
hij/zij/het mankeerde
» meer vervoegingen van mankeren
Voorbeelden in zinsverband
Tom wanted revenge.
Tom verlangde naar wraak.
She wanted to understand.
Ze wilde het begrijpen.
He wanted to succeed.
Hij wilde slagen.
I wanted red shoes.
Ik wilde rode schoenen.
He wanted a back massage.
Hij wilde een rugmassage.
It's exactly what I wanted.
Dit is precies wat ik wou.
I wanted to surprise her.
Ik wilde haar verrassen.
He wanted to be rich.
Hij wou rijk zijn.
I wanted to go there.
Ik wilde daar naartoe gaan.
Is this what you wanted?
Is dit wat je wilde?
He always wanted to study Japanese.
Hij heeft altijd Japans willen leren.
She really wanted to tell the secret.
Ze wilde echt het verhaal vertellen.
You wanted to tell me about freedom?
Wilde je me over vrijheid vertellen?
I wanted to rent a bus.
Ik wilde een bus huren.
She wanted to wash the dirty clothes.
Ze wou de vuile kleren wassen.