Vertaling van désigner

Inhoud:

Frans
Nederlands
désigner, indiquer {ww.}
wijzen 
uitduiden
aangeven 
aanwijzen 
aanduiden 
désigner, indiquer, montrer {ww.}
tonen
laten zien
uitwijzen
wijzen 
vertonen
tentoonspreiden
Voulez-vous me montrer votre passeport, s'il vous plait ?
Wilt u me uw paspoort even laten zien alstublieft?
Regarde bien. Je vais te montrer comment on fait.
Kijk goed. Ik zal je laten zien hoe je dit doet.
désigner, marquer {ww.}
tekenen 
kenmerken
merken 
een teken geven
aangeven 
aanduiden 
adopter, choisir, désigner, opter {ww.}
kiezen 
uitzoeken
verkiezen
uitpikken
uitlezen
uitkiezen 
Tu peux choisir celui que tu veux.
U kunt kiezen welke je wilt.
Je dois choisir entre les deux.
Ik moet kiezen tussen die twee.


Gerelateerd aan désigner

indiquer - montrer - marquer - adopter - choisir - opter