Vertaling van need?

Inhoud:

Engels
Nederlands
need, requisite {zn.}
noodzaak
poverty, impoverishment, need {zn.}
armoede  [v]
gebrek  [o]
They live in poverty.
Ze leven in armoede.
destitution, distress, indigence, need, penury, privation, want {zn.}
pauperisme
behoeftigheid  [v]
to have to, to must, to ought to, to should, to need {ww.}
moeten
zullen
behoren 
dienen
horen 
People ought to work.
Mensen moeten werken.
You ought to listen to your mother.
Je zou naar je moeder moeten luisteren.
to need, to require, to want {ww.}
nodig hebben
hoeven 
toe zijn aan
behoeven 
You'll need a temporary bridge.
Je zal een tijdelijke brug nodig hebben.
I'm going to need your help.
Ik zal je hulp nodig hebben.
requisite, need, want, requirement {zn.}
vereiste 
benodigdheid [v]
need, want {zn.}
nood
behoefte  [v]
I need someone to talk with.
Ik heb nood aan iemand om met te praten.
need {zn.}
nood
noodzaak

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I need a medic.

Ik heb een dokter nodig.

The crops need rain.

De gewassen hebben regen nodig.

I need more time.

Ik heb meer tijd nodig.

We need more workers.

We hebben meer arbeiders nodig.

I don't need anyone.

Ik heb niemand nodig.

We need your support.

We hebben jouw steun nodig.

Children need loving.

Kinderen hebben liefde nodig.

I need it immediately.

Ik heb het onmiddellijk nodig.

I need his help.

Ik heb zijn hulp nodig.

I need to shave.

Ik moet me scheren.

Children need to play.

Kinderen moeten spelen.

I need your help.

Ik heb je hulp nodig.

I need help.

Ik heb hulp nodig.

I need your advice.

Ik heb uw advies nodig.

I need you.

Ik heb jullie nodig.