Vervoeging van aaneendriegen
Onbepaalde wijs (infinitief): aaneendriegen
Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik drieg aaneen
- jij driegt aaneen
- hij/zij/het driegt aaneen
- wij driegen aaneen
- jullie driegen aaneen
- zij driegen aaneen
Onvoltooid verleden tijd
- ik driegde aaneen
- jij driegde aaneen
- hij/zij/het driegde aaneen
- wij driegden aaneen
- jullie driegden aaneen
- zij driegden aaneen
Voltooid tegenwoordige tijd
- ik heb aaneengedriegd
- jij hebt aaneengedriegd
- hij/zij/het heeft aaneengedriegd
- wij hebben aaneengedriegd
- jullie hebben aaneengedriegd
- zij hebben aaneengedriegd
Voltooid verleden tijd
- ik had aaneengedriegd
- jij had aaneengedriegd
- hij/zij/het had aaneengedriegd
- wij hadden aaneengedriegd
- jullie hadden aaneengedriegd
- zij hadden aaneengedriegd
Toekomende tijd I
- ik zal aaneendriegen
- jij zult aaneendriegen
- hij/zij/het zal aaneendriegen
- wij zullen aaneendriegen
- jullie zullen aaneendriegen
- zij zullen aaneendriegen
Toekomende tijd II
- ik zal aaneengedriegd hebben
- jij zult aaneengedriegd hebben
- hij/zij/het zal aaneengedriegd hebben
- wij zullen aaneengedriegd hebben
- jullie zullen aaneengedriegd hebben
- zij zullen aaneengedriegd hebben
Conditionalis I
- ik zou aaneendriegen
- jij zou aaneendriegen
- hij/zij/het zou aaneendriegen
- wij zouden aaneendriegen
- jullie zouden aaneendriegen
- zij zouden aaneendriegen
Conditionalis II
- ik zou hebben aaneengedriegd
- jij zou hebben aaneengedriegd
- hij/zij/het zou hebben aaneengedriegd
- wij zouden hebben aaneengedriegd
- jullie zouden hebben aaneengedriegd
- zij zouden hebben aaneengedriegd
Imperatief
- jij drieg aaneen
- jullie driegt aaneen